Broeders van elkaar
Het verhaal van Jozef
Het levensverhaal
Het verhaal van Jozef loopt van hoofdstuk 37 tot 50 van het boek Genesis. Zijn geboorte wordt al verteld in Gen.30 en we hebben dat verhaal al behandeld vorige keer. Jozef heeft één echte broer en 10 halfbroers van 3 andere moeders. Hij heeft niet direct een aangenaam karakter. Hij is de verklikker van al wat de broers uitspoken en heeft pretentieuze dromen over hoe hij hun meerdere is. Geen wonder dat zijn broers hem uit de weg willen ruimen.
In plaats van hem te doden, verkopen ze hem aan een karavaan en zo komt Jozef in Egypte terecht als slaaf. Hij klimt er al snel op tot vertrouwenspersoon van zijn meester Potifar. Wanneer hij in de gevangenis komt door de vrouw van Potifar, wordt hij ook daar de voornaamste in rang. Hij blijkt ook goed in het uitleggen van dromen en zo wordt hij na jaren uit de kerker gehaald om de dromen van farao te verklaren. Farao geeft direct zijn vertrouwen aan Jozef en hij wordt zijn rechterhand bij het besturen van het land. Wanneer de hongersnood in heel de streek groot is, komen de broers van Jozef naar Egypte afgezakt om graan te kopen. Jozef herkent hen maar laat dat in het begin niet merken. Hij stelt hen op de proef door te vragen dat ze zijn echte broer Benjamin meebrengen. En ook dan laat hij hen eerst nog vol angst beseffen hoezeer ze aan hem overgeleverd zijn vooraleer hij zegt wie hij is.
Jozef stelt voor dat de broers zijn vader Jacob en heel de familieclan laten overkomen naar Egypte waar nog voldoende eten is voor de vijf hongerjaren die zullen volgen. Dat doen ze een zo woont Gods uitverkoren volk dan in Egypte voor vele generaties.
Jozef, een echte zoon van zijn vader
De geschiedenis van Jacob en die van zijn lievelingszoon Jozef vertonen nogal wat gelijkenissen. De jonge Jacob koopt het eerstgeboorterecht af van zijn broer Ezau en verkrijgt met een list de zegen van zijn vader. De jonge Jozef droomt ervan de meerdere te zijn van zijn broers en dat zij voor hem zullen buigen. Jacob verdwijnt na zijn bedrog naar Haran waar hij trouwt en kinderen krijgt. Jozef wordt weggevoerd naar Egypte waar hij uiteindelijk zal trouwen en kinderen krijgen. Jacob maakt moeilijke jaren door in de vreemde. Hij wordt er zelf bedrogen en moet hard werken maar ten slotte verwerft hij rijkdommen. Jozef brengt vele jaren door in de kerker maar wordt daarna een machtig en rijk man. Jacob besluit terug contact te zoeken met zijn broer Ezau om zich met hem te verzoenen en realiseert daarna de zegen die hij in zijn jeugd ontving. Jozef ziet zijn broers naar zich toekomen en handelt zodanig dat er meerdere contacten volgen. In hem is verzoening gegroeid en het resultaat is dat zijn kinderdromen werkelijkheid worden: zijn broers buigen voor hem.
Jacob is in zijn leven door een louteringsproces gegaan waarbij hij inzicht verwerft in zijn gedrag en worstelt met zichzelf en met God. Hij ontvangt een nieuwe naam. Jozef droomde zich groot en is door de diepe vernedering gegaan van als slaaf verkocht te worden en onrechtvaardig veroordeeld te worden tot gevangenisstraf. Als kleinste is hij opnieuw groot geworden. Maar deze keer uitdrukkelijk door Gods toedoen. Hij zegt zelf: ‘Uit mezelf kan ik niets maar God kan aan farao bekend maken wat goed voor hem is.’ (41,16) En als hij dan als rechterhand van farao geïnstalleerd wordt, krijgt hij een nieuwe Egyptische naam. Bij het zien van zijn broers, neemt hij geen wraak maar beschouwt hij zich als een die door God gered is om hen en zijn oude vader van de hongerdood te redden. ‘God heeft mij vooruit gezonden, om jullie voortbestaan op aarde te verzekeren en om velen het leven te redden. Niet jullie hebben mij hier gebracht maar God zelf.’ (45,7-8) Het buigen van de broers geldt daarom niet meer zijn persoon maar veeleer zijn zending. Het is een vorm van eerbetoon aan God die door hem heeft gehandeld.
De innerlijke weg van Jozef
Jozef is een tiener met grote dromen over zichzelf. Hij wordt graag gezien door zijn vader en daar maakt hij gebruik van in eigen voordeel. Door zich als concurrent van zijn broers op te stellen, herhaalt hij wat Kaïn deed en wat Jacob zelf gedaan heeft. Wie geroepen is om een zegen te zijn, kan niet enkel aan zichzelf denken. Hij is er wezenlijk voor de anderen.
De tocht met de karavaan verandert Jozef, zo zegt Nico ter Linden. ‘Onheil op je weg, je kunt erop afknappen of ervan opknappen en Jozef heeft voor het laatste gekozen. Hij is niet langer God in het diepst van zijn gedachten. (…) Jozef gaat anders over zichzelf denken en dus ook anders over zijn vader, zijn moeder, zijn broers.’
Jozef blijkt een bijzondere slaaf te zijn. Hij kan ongeveer alles en dat levert hem de gunst van zijn heer op. Op korte tijd heeft hij zowat alles in handen wat aan zijn heer behoort. Toch wordt hij niet hebberig of verwaand. Want als hij de kans krijgt ook mevrouw Potifar te bezitten, zegt hij resoluut neen. En dus belandt hij in de gevangenis. Vele jaren zit hij er, al krijgt hij ook daar al vlug veel vertrouwen. De opperschenker, een van zijn medegevangenen, komt vrij maar vergeet een goed woordje te doen voor Jozef. Pas 2 jaar later denkt hij aan hem omdat hij misschien kan helpen.
Op dat moment begint Jozef aan zijn eigenlijke zending: hij wordt een redder voor velen. God doet hem de dromen van farao verstaan en hij voorkomt dat een grote hongersnood fataal wordt voor de Egyptenaren en voor de buurvolken.
Betekenisvol is de vermelding van de geboorte van zijn zonen: Manasse en Efraïm. Manasse betekent zoveel als ‘al mijn ellende en het gemis van mijn ouderlijk huis liet God mij vergeten.’ Efraïm: ‘God heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land van mijn ongeluk.’ Met die namen lijkt hij zijn verleden af te sluiten. Vruchtbaarheid en rijkdom zijn een zegen voor hem en vele anderen. Alleen het land dat aan de vaderen beloofd was, ontbreekt. Maar, misschien moet een mens al blij zijn als er voldoende is om gelukkig te zijn.
Dan komt de dag waarop zijn broers plots voor hem staan. Voor ter Linden was Jozef toen al tot een andere kijk op het gebeurde gekomen. Zelf denk ik dat de confrontatie veel heeft losgemaakt. Hij is ontroerd. Hij probeert zich een houding te geven. Daarom is hij zo hard en streng. Even ziet het ernaar uit dat hij hen wil straffen. Hij stopt het geld dat ze betaald hebben, in hun bagage en de lezer denkt dat ze daarna van diefstal zullen beschuldigd worden. Dat gebeurt niet. Maar bij het tweede bezoek krijgen we een gelijkaardig scenario waarbij de beker bij Benjamin terecht komt en dan stijgt de spanning opnieuw. Wat zal Jozef met zijn broers doen? Wat gaat er om in zijn hart? Wil hij wraak of zal hij hen vergeven?
Als hij voor het laatste kiest, is er veel emotie. Ontroering bij hemzelf, bij de broers, bij de vader. Even zijn de broers bang dat Jozef toch nog wraak zal nemen na de dood van hun vader. Maar dat gebeurt niet. Hij heeft zijn zending erkend en de prijs ervoor aanvaard.
Een verhaal vol bekering
Wanneer Jozef zijn broers voor de eerste keer ontvangt, eist hij een gijzelaar totdat ze Benjamin bij hem brengen. Dat doet de broers terugdenken aan wat ze vroeger met hun broer Jozef gedaan hebben. Hun innerlijke tocht naar bekering begint op dat moment. Ze hebben moeite om bij thuiskomst hun vader te vertellen wat ze hebben meegemaakt.
Op de terugweg van hun tweede bezoek aan Jozef wordt Benjamin zogezegd betrapt op diefstal van de beker. De jongen wordt in hechtenis genomen. Maar dan zet Juda een stap naar voor en biedt zich aan in zijn plaats. Hij neemt als het ware de schuld op zich die de 10 al jaren dragen en waar Benjamin geen deel aan heeft. Hij doet het vooral omwille van hun vader. Hier leren we zijn beste kant kennen.
Door de ongewone manier van reageren van Jozef, hebben de broers tijd gekregen om tot bezinning te komen. De eigenaardige gebeurtenissen met de geldstukken en de beker, maar ook de juiste volgorde van de broers aan tafel, hebben in hen een opening gemaakt waarlangs Gods vergevende liefde naar binnen kon komen. Als Jozef zich dan bekend maakt, is verzoening mogelijk omdat ze hun schuld onder ogen hebben gezien.
Overgang naar de geschiedenis van het boek Exodus
Het boek Genesis eindigt met de komst van de hele familie. Jozef stelt hen voor aan farao. De scene waarin vader Jacob verschijnt voor de opperste macht van Egypte, is slechts enkele verzen lang. Maar ze spreekt boekdelen. Jacob zegent de farao! Het is de wereld omgekeerd. Of toch niet?
Jacob verrast ook nog op zijn sterfbed. Daar zegent hij de beide zonen van Jozef. En we weten dat de oudste een andere zegen krijgt dan de tweede. Maar Jacob kruist zijn armen en geeft zo de jongste de zegen voor de oudste. De wereld omgekeerd!
De Egyptenaren hebben asiel verleend aan de economische vluchtelingen uit Kanaän. Ze mogen er wonen op een vruchtbaar stuk grond. Maar dat zal niet blijven duren want enkele generaties later lezen we hoe de Egyptenaren deze vreemdelingen onderdrukken en als slaven laten werken. Zo begint het boek over de bevrijding: Exodus.
Enkele vragen voor de persoonlijke tijd en de uitwisseling
- Wat heeft je getroffen in het verhaal en de inleiding?
- Soms kan je in tegenslag of ongeluk toch nieuwe kansen zien of groeien in innerlijke kracht. Heb je daar ervaring van?
- Wat heeft het volgens jou mogelijk gemaakt dat Jozef zijn broers kon vergeven? Zie je dat ook bij andere mensen?
Bibliografie
Nico ter Linden, Jozef, Kok Kampen 1989
